Voorbereiding

Algemeen

Vóór aanvang der werken dient de bouwheer in het bezit te zijn van alle nodige vergunningen die vereist zijn om het bouwprogramma uit te voeren. Deze documenten zullen ter controle aan de bouwcoördinator worden overhandigd.

Het bouwterrein wordt vanuit de basis beschouwd als vlak en op eenzelfde niveau als de voorliggende weg.

Uitvoeringsplannen
Op basis van de vergunde plannen wordt door het ingenieursbureau een studie gemaakt van de hele woning. Deze studie wordt verwerkt binnen de uitvoeringsplannen.


Het bouwterrein

Voorbereiding
De bouwheer zorgt ervoor dat de zone waarop de constructie wordt ingeplant, vrij is van alle obstakels zoals: struiken, bomen, boomwortels, constructies, enz. Hij dient vóór aanvang van de werken de aannemer op de hoogte te brengen van eventuele ondergrondse leidingen, rioleringen, enz.

Toegang
De toegang t.o.v. de openbare weg: het terrein moet toegankelijk zijn voor vrachtwagens van max. 25 ton. D.w.z.: helling toegang max. 8%, inrit min. 4m, grachten evt. voorzien van buizen.

Bouwgrenzen

Terreingrenzen
Afpaling: de grenzen van het bouwterrein dienen steeds aanwezig te zijn voor een juiste uitzetting van het bouwwerk. De bouwheer zal hiervoor, indien nodig, een beroep doen op zijn landmeter.

Inplanting
De inplanting gebeurt door de aannemer ruwbouwwerken en wordt door de architect vóór aanvang der werken gecontroleerd en dit aan de hand van het vergunde uitvoeringsplan.

Nutsvoorzieningen (water en elektriciteit)

Aanwezig op de werf:

  • goedgekeurde werfkast voorzien van netspanning met zekering 40 A
  • hydrant en/of gevulde watercitern van 3000L

De bouwheer is verantwoordelijk voor beide uitvoeringen en kan hiervoor een beroep doen op de hulp van de bouwcoördinator.

button1button1button1button1button1