Pleisterwerken
In alle binnenruimten, met uitzondering van de garage, worden de muren en plafonds voorzien van bepleistering van het type "Plâtres Lambert".
Het te bepleisteren oppervlak moet door de bouwheer worden voorbereid, geschuurd en geplamuurd voordat het enige afwerking krijgt (behangen, schilderen, ...).
Drijfkrachtkost inbegrepen, eenmalige herstelling inbegrepen.
1. Binnenbepleistering
Muurbepleistering
Op de muren van in metselwerk volgens artikel 14.30 van de bewoonbare ruimten wordt één laag pleister van het type "KNAUFF" aangebracht, perfect hechtend aan de ondergrond. Het bovenoppervlak wordt glad afgewerkt. Vooraleer pleisterwerken aanvangen, wordt steeds eerst een grondeer-, hechtlaag aangebracht.
Aangepaste hoekprofielen worden verankerd in de pleisterlaag om alle uitspringende hoeken van het metselwerk en de raamopeningen die geen bekleding krijgen (afdeklat of andere) te versterken.
Bepleistering van welfsels
Op alle plafonds van het gelijkvloers van de bewoonbare kamers wordt pleisterwerk van het type "Plâtres Lambert" aangebracht in één laag, perfect hechtend op de ondergrond. Het oppervlak wordt glad afgewerkt.
Bepleistering van gipsplaten
De plafonds onder de dakconstructie van de bewoonbare ruimten worden uitgevoerd in gipskartonplaten van het type "GYPLAT".
Deze platen worden, nadat ze op het houten geraamte zijn bevestigd, afgewerkt met één pleisterlaag van het type "KNAUFF", perfect hechtend op de ondergrond. Het oppervlak wordt glad afgewerkt.
Stucanet met bepleistering
Stucanet is een gewapende bepleistering die aangebracht wordt tegen houten roosteringen van plafonds. De samenstelling bestaat uit: geperste plaat met wapening, waarna het pleisterwerk wordt tegenaan gebracht. De plafonds
Hoekprofielen
Alle buitenhoeken worden voorzien van een metalen hoekprofiel om beschadigingen te minimaliseren.
2. Buitenpleisterwerken
Isolatiewerken
Hellend dak
Rotswol met spijkerflens dikte 16cm
De dakisolatie wordt uitgevoerd met behulp van een deken in minerale wol met een dikte van 16cm, met dampscherm. De glaswol wordt aan het dakgebinte vastgemaakt en is vochtwerend, rotvrij en onontvlambaar. Het dampscherm is naar binnen gekeerd. Tussen het dakbeschot en de isolatie wordt ruimte gelaten voor ventilatie.
De dakisolatie wordt steeds rechtstreeks geplaatst tegen de verwarmde bewoonbare zijde van de verschillende woonvertrekken. De niet-bewoonbare delen worden niet geïsoleerd.







